Gefeliciteerd! Ik heb 15 minuten de tijd voor u

De deur gaat open. Mooie grijsgroene ogen kijken me onderzoekend aan. De rimpeltjes rondom haar lippen verdwijnen wanneer ze naar me glimlacht. “Kom binnen”. Op haar rood geruite pantoffels schuifelt ze richting de woonkamer. Ik werp een vluchtige blik op de planning die ik bij me heb, 15 minuten. Een bouillonachtige walm komt me tegemoet wanneer ik de kleine woonkamer binnenkom. Op de eikenhouten tafel ligt naast de schaal chocolaatjes haar zorgmap al klaar.

Terwijl ik door de map blader, rommelt ze nog wat aan in de keuken. “Ik heb water gekookt. Heeft u zin in een kopje thee?” Even denk ik erover om ja te zeggen, maar de herinnering aan mijn planning drukt die gedachte direct de kop weer in. Ik bedank vriendelijk. Ze glimlacht en knikt begrijpend, komt dan bij me aan tafel zitten en stroopt haar broekspijpen op. De ouderdomsvlekjes zijn zichtbaar op haar huid. Voorzichtig rol ik de steunkousen af.

Ik vraag naar haar dag. Ze staat op, rommelt wat in het laatje van de servieskast en haalt een borduurwerkje tevoorschijn. “Deze heb ik vandaag gemaakt”. Ik neem het aan en aai met mijn vingers over de geborduurde roosjes. “Zo’n bezigheid vult mijn dag een beetje he”, ze vertelt me hoe lang de dagen soms lijken te duren wanneer je ze alleen doorbrengt. “Hoe ouder je wordt, hoe meer je wordt afgenomen”. Vrienden zijn weggevallen of wonen te ver om op eigen houtje te bezoeken. “Iedereen wil oud worden, maar oud zijn…”, ze komt weer naast me zitten en slaakt een diepe zucht. Ik leg mijn hand op de hare. Even blijven we roerloos zitten.

Nog geen tien minuten later zijn haar ogen gedruppeld, ligt haar kleding netjes opgevouwen op de rieten stoel, heeft ze haar zachtroze nachtjapon aan en liggen haar bronzen sieraden op het nachtkastje naast de zwart-witfoto van een opgewekte, kalende man. Ik kijk naar de foto. Ze volgt mijn blik, glimlacht en trekt de deken op tot onder haar kin.

Ik vraag haar of ze lekker ligt. Met haar grijsgroene ogen kijkt ze me onzeker aan. “Ja”. Ik knip het schemerlampje op het nachtkastje naast haar bed aan en doe de grote lamp uit. Haar blik kruist opnieuw de mijne. In foetushouding ligt ze onder haar zachtblauw gebloemde dekbedovertrek, zachtjes mompelt ze: “Kon u maar bij me blijven tot ik slaap”. Ik ga voorzichtig naast haar op de bedrand zitten, wrijf zacht over haar arm die op de deken rust en kijk haar aan. “Ja, kon ik dat maar”.

In gedachten vervloek ik wederom die planning. En alle bezuinigingen, die deze planning in stand houden.

Tweet about this on Twitter
Twitter
Pin on Pinterest
Pinterest
Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Facebook
Facebook

It's only fair to share...