Afscheid nemen bestaat niet

Ik kon het niet. Ik hield van ze allemaal evenveel en toch had mijn moeder me gevraagd om één knuffel uit te zoeken die naar Afrika zou gaan. Naar een kindje in Afrika dat er heel blij mee zou zijn. ‘Je hebt er zoveel, je kunt er vast eentje missen’, suggereerde mijn moeder. Hoewel mijn broertje naar boven stormde en nog geen tien seconden later iets dat een wasbeer voor moest stellen op tafel neerzette, voelde het voor mij alsof ik door een hel ging die middag. Ik moest afscheid gaan nemen van één van mijn besties.

Ik, als 7-jarig meisje, heb noodgedwongen alle harige vrienden in een spoedoverleg bij elkaar geroepen en het treurige nieuws meegedeeld: er zou iemand naar Afrika vertrekken, maar wie? We hebben uren vergaderd. De lage bromstem die ik opzette voor ijsbeerknuffel Tommie verklaarde: ‘Je bent het meest aan mij gehecht’, (wat waar is, want Tommie is de enige knuffel die nog steeds ergens in op of onder m’n bed rondzwerft). Ook kattenknuffel Poe: ‘Ik zorg voor alle knuffels als jij op school zit’, en zeehondknuffel Witje: ‘Afrika is veel te warm voor mij’, wisten me te overtuigen.  Na zo’n twee uur vergaderen waren we eruit. Niemand zou gaan. Ik zou ander speelgoed opsturen.

Het ging me eigenlijk niet zozeer om Afrika, ook dichter bij huis kon ik maar moeilijk afstand doen van het speelgoed waar ik in de loop van mijn kinderjaren een innige band mee had opgebouwd. Neem bijvoorbeeld Baby Born. Ik had twee poppen; Baby Born (of Beebie Borum zoals ik het speelgoed vroeger noemde) en een pop die lelijker was, nooit in de reclame verscheen, niet populair was en niet kon plassen en poepen zoals Beebie Borum dat wel kon.

Met vriendinnetjes speelde ik maar al te graag moedertje, onder één voorwaarde: ik was de moeder van Borum. Over het algemeen vonden vriendinnetjes dit prima maar op een middag zette één meisje het op een janken. In een fractie van een seconde stond mijn moeder in de deuropening. Na een hoop gehannes werd het volgende afgesproken: vijftien minuten spelen in deze setting, vervolgens vijftien minuten in de setting die mijn vriendin voor ogen had. Dat betekende, ik als moeder van dat lelijke, poeploze geval en zij als moeder van Borum.

Toen mijn moeder na vijftien minuten boven kwam en mijn vriendin gretig Borum uit mijn armen trok gooide ik het dus over een andere boeg: ‘Ik had geen zin meer om met haar te spelen.’ Zonder pardon heb ik het arme kind naar huis gestuurd.  Mijn moeder vond het kinderachtig: ‘Zoiets kun je niet doen Ismae, je moet leren je speelgoed te delen’. Ik vond het bizar, werd laaiend en wilde mijn plastic boterhambordje tegen de muur kapot gooien.

Ik wilde mijn speelgoed best wel delen maar toch niet datgene waar ik zielsveel om gaf?! Borum en die knuffelbeesten betekenden alles voor me. ’s Middags zat ik altijd met ze in de kring, ze hadden allemaal een eigen naam en ze luisterden naar al mijn verhalen. Ik was moeder van Borum en eigenaar van de dierentuin waar alle knuffelbeesten deel van uitmaakten. Ik hield van die knuffels zoals mama van papa hield. Die stuurde ze toch zeker ook niet voorgoed naar Afrika? Die deelde ze toch ook niet met vriendinnetjes?!

Tja, de fantasiewereld van een kind gaat ver.

Tweet about this on Twitter
Twitter
Pin on Pinterest
Pinterest
Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Facebook
Facebook

It's only fair to share...

2 gedachten over “Afscheid nemen bestaat niet

  1. Superleuk geschreven! En heel herkenbaar. Ik kon ook zo moeilijk van mijn knuffels en poppen scheiden. Dat deed gewoon pijn, letterlijk pijn.

Reacties zijn gesloten.