Bloedzaken

Ik dacht met mijn bloedarmoede wel even een uurtje te knallen in de sportschool. Lekker met wat gewichten in de weer, net iets teveel herhalingen en niet helemaal onder willen doen voor de rest van de groep. Not this time.

Niet alleen halverwege de les ging bijna het licht uit. Ook na de les stond ik erbij als de beste cocktailshaker ter wereld. Gelukkig brak de zon door en zag ik iets verderop een veldje waar ik even kon neerploffen. Ja, een beetje knullig was het wel maar geloof me, niks zo gênant als van je stokkie gaan terwijl je het éigenlijk gewoon voelde aankomen. Eén van mijn best bijgebleven leermomenten als student Verpleegkunde.

Dat ging zo: Tijdens mijn stage op de hartchirurgie mocht ik een dagdeel meekijken bij een openhartoperatie. Het scheelde niet veel of ik was onder het toeziend oog van de anesthesist, hartchirurg en een aantal artsassistenten met mijn hoofd zo het steriele veld in geknikkerd. De chirurg opperde ‘om heel snel een kruk VOOWR deze jongedame te regelen, want het was NATUUWRLIJK ook niet niks he, voor het eerst zo’n bloedend ‘HARWT’ te aanschouwen. Arw arw. Ja ja, en jouw (hoezo u?) lievelingsband is de Dijk, dacht ik nog.

Die paar liter bloed, daar werd ik niet warm of koud van. Evenmin van de hele OK-setting. Geen daglicht, zo’n benauwd mondmasker voor je smoel en een patiënt onder narcose met een zojuist open gezaagde borstkas die door een team van chirurgen onder handen werd genomen alsof ze een gerenommeerd lasbedrijf waren opgestart met tevens uitstekende kennis en kunde in het verleggen van leidingen. Prima setting voor een verpleegkundige met een hart voor communicatie.

Ook de anatomie van het hart, waar het natuurlijk grotendeels omdraaide, was me grotendeels wel bekend. In de vierde klas van de middelbare school had ik namelijk voor hetere vuren gestaan. Ik, een zestienjarige puberende vegetariër moest een varkenshart opensnijden en onderzoeken. Dát was pas niet niks. Ook al ‘waren de varkens zonder die biologieles sowieso ook echt wel geslacht’ aldus onze biologieleraar. Anders houd jij gewoon sowieso echt wel je mond, of ik slacht die hele lessenreeks van jou. Die dag moest ik me voor het eerst melden bij de rector.

Ik word uit mijn herbelevende puberpijn verlost door gigantisch gehijg op oorhoogte. O ja, ik zit hier nog steeds op dat veld. Goh, wat gezellig. Kennelijk heb ik een stuk of drie vrienden gemaakt. Twee honden dollen wat om mij heen en komen een aai over hun bol halen. Zo dan, en jullie baasje mag er ook zijn. ‘Hallo, zit je lekker?’ Hij lacht naar me. Ik smelt. ‘Ja, op zich. Kom er gerust bij zitten.’ Hij lacht hardop: ‘Op een hondenuitlaatveld?! Nee bedankt.’

Tweet about this on Twitter
Twitter
Pin on Pinterest
Pinterest
Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Facebook
Facebook

It's only fair to share...