20, 25 of 30?

Ennnnnnn ook dit jaar is het niet gelukt om zo oud geschat te worden als dat ik daadwerkelijk ben. Niet dat iemand dat zo letterlijk tegen me heeft gezegd. Nee, dat gebeurt door indirecte opmerkingen als: ‘Legitimatie a.u.b.’ en ‘ik heb hier een meisje aan de kassa staan…’ Aan die eerste opmerking was ik al wel gewend, maar die tweede! Ik had dat snotjong in z’n kraag willen grijpen: ‘MeisJE? Wie denk je wel niet dat je bent.’

Nu kan het meespelen dat die jongen toevallig in de winkel werkt waar ik in één maand tot drie keer toe mijn Macbook Pro moest afstaan, sterker nog de winkel waar ik tot drie keer toe mijn Macbook moest afstaan vanwege reparatiefouten door het bedrijf zelf, de winkel die mij nog geen twee jaar geleden 1200 euro liet aftikken voor een product waar ze vervolgens zelf niet zuinig mee omgaan. Ja goed, enige frustratie dus hier bij mevrouw van Gils. Nog steeds overigens.

Voordat ik een hele pleidooi houd over de service in deze desbetreffende winkel en Apple-haters bijna gelijk geef, gauw terug naar de leeftijdsissue. Dat ik inmiddels 25 ben schuif ik niet onder stoelen of banken, integendeel zelfs. Zo stond ik van de week met een vriend in de supermarkt. Naast een avondmaaltje hadden we ook een fles wijn. Ik pakte automatisch mijn rijbewijs om me te legitimeren. Niet nodig vond die vriend: ‘Je moet dat uitstralen, er zelf in geloven. Pas dan doen zij dat ook.’

Dat leek me dus makkelijker gezegd dan gedaan. ‘Tja, als je standaard vijf jaar ouder in plaats van jonger wordt geschat is dat niet zo’n lastige zaak hé?!’, plaagde ik. Vervolgens fronste ik mijn wenkbrauwen en fluisterde: ‘Hallo, hoe moet ik dat doen dan?!’ Hij keek me van top tot teen aan en zei hoofdschuddend: ‘Nu lukt het je niet meer.’ Ik fronste opnieuw mijn wenkbrauwen en barstte in lachen uit. ‘Ho ho! Waar haal je die onzin vandaan, natuurlijk lukt het me wel!’

Ik plaatste de zak sla, het stokbrood en de tomaten op de lopende band. Op het moment dat ik de fles wijn in mijn handen hield vroeg ik me even af of het me echt zou lukken. Zo niet, waar zou het dan aan liggen? Aan mijn muts met schattige pluim? Mijn sportieve jas? Mijn make-up loze gezicht? Mijn babyface? Mijn houding? De soort boodschappen? En wat denken ze dan wel niet wie die beste vriend van me is? Mijn vader?!

Ik neuriede zacht een liedje, begroette de caissière, trok mijn bonuskaart uit mijn portemonnee en wachtte op het eindbedrag. Het meisje keek me aan, wendde haar blik af en keek me opnieuw aan. Ondertussen sloeg ze de boodschappen aan. Ik schreeuwde bijna uit: ‘Waag het niet om naar mijn ID-kaart te vragen jonge!’ Ik pakte ondertussen kalmpjes de blauwe plastic Albert Heijn tas in.

In mijn ooghoek zag ik de wijnfles door de handen van de caissière rollen. Nog voordat ze haar mond opentrok, wist ik dat ik het had verloren. Ik trok de roze pas uit mijn portemonnee en liet hem zien. En dan die grijns van mijn bejaard uitziende vriend, ik lachte als een boer met kiespijn terug. Vervolgens concludeerde ik: ‘We kopen samen wijn, dus ook jij moet je identiteitsbewijs laten zien.’ De caissière keek ongemakkelijk op en stamelde: ‘O, o nee dat hoeft niet hoor.’ Ik incasseerde het dubbele verlies en rekende af. Ik vroeg me af of ik genoeg zou hebben aan één fles wijn.

Tweet about this on Twitter
Twitter
Pin on Pinterest
Pinterest
Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Facebook
Facebook

It's only fair to share...