Blij met een dode mus

“Help de vogels de winter door”, is de kreet van de aanbieding die me tegemoet komt terwijl ik door de volgestalde winkelpaden van de Kruidvat schuifel. Ik kan me niet voorstellen dat de vogels in Nijmegen en omstreken iets tekort komen. De tuintjes, van alle ouderen waar ik over de vloer kom als huishoudelijke hulp, hangen namelijk vol met huisjes vogelpindakaas, vetbollen en aan draad geregen pinda’s.

Nog geen uur later hangen er ook aan mijn schutting twee vetbollen en een zak nootjes. Uiteraard heb ik me door de schreeuwende reclamekreet laten overhalen niet één maar zelfs twee winteroverlevingspakketten aan te schaffen. Schroom vooral niet vogels.

Inmiddels zijn we anderhalve week verder en de bollen hangen er nog steeds. Onaangeroerd. Ik heb ze al drie keer verplaatst, steeds iets verder bij het raam vandaan. Tja, je weet maar nooit waarom er geen haan kraait naar mijn vetbollen. Is het mijn nabije aanwezigheid? De buurkat? Of toch die knot op m’n hoofd?

Het tot drie keer toe verplaatsen van vogelvoer vind ik al behoorlijk wanhopig overkomen, toch ga ik nog een stapje verder. Ik doe research op de site van de vogelbescherming. Via zoektermen als ‘hoe vinden vogels voedsel?’, kom ik een heel eind. Zo blijkt dat niet het reukvermogen maar het zicht van vogels de belangrijkste factor is voor het vinden van vogelvoer.

Het winteroverlevingspakket hangt nu uiteraard (nog) meer in het zicht. De vogels daarentegen zijn met name in de tuin van de overbuurman te zien. Ze pikken stukjes brood op van de houten rand van de veranda en zweven vervolgens rond boven mijn dakterras.

De enige bezoeker die ik hier heb, is een krijsende meeuw die vanaf mijn dakterras aast op de tuin van de buurman en ondertussen mijn balkon onder schijt. Niet het uitzicht dat ik me had voorgesteld bij het vooruit helpen van vogels in koude wintertijden…

Tweet about this on Twitter
Twitter
Pin on Pinterest
Pinterest
Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Facebook
Facebook

It's only fair to share...