de confrontatie

Gisteren was ik dus aan het werk in de horeca. In de brasserie welteverstaan.  Het was zo’n troosteloze dag. Ik heb niet anders gezien dan regen. Miezerregen, plensregen, frontale regen in combinatie met een sombere, grauwe lucht. En dat in mei?! Ik hoor eigenlijk allang op een overvol terras rond te rennen. Warme zwoele zomerdagen waarop het zo warm is dat het zweet van je rug zo je bilnaad inrolt maar je toch moet blijven rennen om het alle gasten naar de zin te maken. Integendeel, ik stond in de brasserie met m’n koude vingers om een kop warme thee naar buiten te staren.

En toen zag ik iets opmerkelijks… Er hing een vreemde vogel in de heining. Ik bedoel letterlijk een vreemde vogel.

Het dier had blijkbaar net ontdekt dat het twee vleugels had maar had nog niet echt een idee wat ‘ie ermee aan moest. Het leek in eerste instantie of ‘ie de heg ermee wilde snoeien. Plotseling maakte hij rechtsomkeert en als een helikopter in een stevige windhoos kwam hij op me af gevlogen. Ik zocht zowat dekking, tot een doffe klap mij eraan herinnerde dat er zich nog zoiets als een ruit tussen ons in bevond. De stumper viel neer op de vensterbank, keek verbaasd in het rond en deed vol overtuiging een tweede poging. Nogmaals een doffe klap. Het dier keek nu verdwaasd om zich heen. Ik keek hem aan. Voor het eerst voelde ik werkelijk waar medelijden met zo’n diertje. Dolgraag  zou ik hem willen uitleggen dat 1. hij niet door glas kan vliegen en 2. hij door zijn vleugels op en neer te slaan heel hoog en ver zou kunnen vliegen… Of nou ja ver, ver. In ieder geval verder dan die twee meter die zich bevindt tussen de heining en de ruit.

Naast het feit dat het beestje zo ongeveer een hersenschudding had opgelopen zag hij er ook nog eens onwijs triest uit. Als een verzopen kat stond hij nog steeds voor zich uit te turen in die vensterbank. Zijn dikke lijfje was totaal niet in verhouding met zijn spitse kop, korte vleugels en lange staart. Bovendien leek het wel of hij een een tube behanglijm over zijn kop had uitgesmeerd, zo kaarsrecht stonden z’n veren omhoog. Het knarsende getsjilp was niet om aan te horen en maakte het plaatje van het mistroostige exemplaar compleet.

Best gek, normaal wordt een mens juist blij van tsjilpende vogeltjes en kijkt een mens op tegen het feit dat een vogel de wijde wereld in kan vliegen maar nu voelde ik me een beetje droevig en machteloos tegenover het beestje. Heftig is dat deze gedachte me ineens confronteerde met een gebeurtenis uit het verleden.

Zoals ik me nu voelde, zo had mijn wiskundeleraar zich waarschijnlijk altijd gevoeld als hij een blik op mij wierp. Heel heftig. Hij kon de theorie wel uitleggen maar ik begreep het gewoon niet. Tien keer legde hij het me soms uit en toch zag ik het niet. Hetzelfde zou het geval zijn als ik de vogel uitleg zou geven. Die zou het nimmer begrijpen. Ik was, net als het diertje, een stumpertje die het inzicht miste. Ik inzicht om fatsoenlijk wiskundesommen te maken, de vogel inzicht om zijn vleugels te gebruiken en fatsoenlijk te vliegen.

Jeetje, wat een confrontatie. Dat zo’n diertje me tot zulke inzichten brengt het is toch eigenlijk te gek voor woo…

‘Mevrouw? Hallo?’

….

‘Mag ik misschien afrekenen?’

Tweet about this on Twitter
Twitter
Pin on Pinterest
Pinterest
Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Facebook
Facebook

It's only fair to share...