Het leven van een broodmeisje

18 juli 2007

Lieve Zon,

Sinds kort werk ik als broodmeisje bij de C1000. Liever was ik een kassameisje geworden. Knap en vooral populair. Ik werd dus een broodmeisje. Ik sta nu iedere zaterdag om 07:00 uur ‘fris en fruitig’ achter de toonbank. Ja ik, met mijn ochtendhumeur en een gezicht dat volgens mama zo bleek ziet als de dood. En ik heb vorig jaar bij oma kunnen zien hoe bleek dat is. De verplichte hoofdklep die ik als broodmeisje moet dragen, is voor mij dus best wel welkom.

Hier in het dorp ben ik bekend, niet als mezelf maar als ‘zusje van’. Dat werkt behoorlijk in mijn voordeel. Behalve bij de leraren op school. Enfin, mijn populaire goed functionerende broer die door het hele C1000 team op handen wordt gedragen, deed voor mij een goed woordje bij de baas. Ik had één taak. Het gesprek inkoppen.

Tja, praten kan ik natuurlijk wel. Dat heb ik van mama. Alhoewel papa ook niet vaak stilvalt. En dat is nog zacht uitgedrukt. Ik werd aangenomen. De baas blijkt een superaardige vent en zijn vrouw is een schat. Ze werkt bij mij op de broodafdeling. Als ik haar bij de start van mijn dienst zie, is mijn dag gemaakt. Als ik haar niet zie, wil ik janken. Nog een voordeel van die klep. Onopgemerkt janken.

Bij de broodafdeling loopt het wel los. Ik weet inmiddels het onderscheid tussen een wit pistoletje en een schnittbroodje. Ik voel me alleen nog niet helemaal op mijn gemak in de pauzes. Zit ik daar tussen die brutale vakkenvullers en opgetutte kassameisjes. Kon ik die hoofdklep ook dan maar ophouden. En buiten, gewoon iedere dag altijd. Verstoppertje spelen voor de wereld.

Ik voel me altijd opgelucht en veilig als ik de koffieruimte binnenloop en mijn broer zie zitten. Dan weet ik tenminste zeker dat er niet lullig over mij wordt gedaan. Geen idee of dat überhaupt het plan is, maar zolang ik denk dat mensen liever over elkaar in plaats van met elkaar lullen vind ik het lastig om te peilen hoe ik ervoor sta. Niet alleen in de C1000, ook daarbuiten.

Bijvoorbeeld als ik te weinig stokbroden heb afgebakken, als ik een vakkenvuller om hulp moet vragen, als ik een tentamen heb gemaakt, als ik met een rokje aan moet fietsen, als ik tijdens het hardlopen een bekende tegenkom, als ik tijdens het uitgaan liever cola in plaats van rosé bestel, als ik afhaak omdat ik überhaupt liever thuis blijf dan uitga, als ik tampons moet halen bij de Kruidvat of zo’n middeltje tegen vaginale schimmelinfectie en de caissière is een man of erger nog een mannelijke klasgenoot, als ik met een jongen aan de praat raak, als ik mijn vriendinnen vertel dat ik een date had en er niks is gebeurd,  als ik de beurt krijg in de klas. Eigenlijk altijd. Ik wik en weeg wat af. Maar ja, ik ben dan ook wel een weegschaal.

Gelukkig hebben we die ook bij de broodafdeling. Naast mijn hoofdklep en dus die weegschaal ben ik als broodmeisje ook heel blij met de buidelzak op mijn schort. Zeker wanneer ik sluitdienst heb. Als ik tegen het eind van deze dienst het vuilnis met afgeschreven broodjes naar de container breng, verstop ik me soms even uit zicht van de camera.

Niet om, zoals de meer ervaren kassameisjes zouden zeggen, honk 1, 2 of 3 te behalen. Nee, als ik al praat over jongens en seks heb ik het niet over honken, eerder over een slagveld. Ik sta daar uit zicht van de camera om in die buidel te tasten. Op zoek naar de afgeschreven chocolade croissants. Het leven van een broodmeisje is zo slecht nog niet.

Tweet about this on Twitter
Twitter
Pin on Pinterest
Pinterest
Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Facebook
Facebook

It's only fair to share...