Ik houd niet van dat ‘aanrakerige’

Jawel, nieuw leesvoer vanuit Bolivia. Lees mijn nieuwe blog ook hier!

******

‘Wat doe je hier in godsnaam?!’, denk ik bij mezelf terwijl ik de hand van mijn danspartner in mijn rug voel. Ik houd van de muziek, ik houd van de sierlijke bewegingen maar ik houd niet van dat ‘aanrakerige’. Wat is dat toch met die Nederlandse afstandelijkheid?

Laat-het-los, Ismae. Afgelopen zaterdag had ik niets liever gedaan dan loslaten, mijn danspartner welteverstaan. Ik was in een salsatent beland en had veilig plaatsgenomen aan het tafeltje zo ver mogelijk verwijderd van de dansvloer. Niet dat het uitmaakte. Al had ik drie straten verderop plaatsgenomen, het was alsof die Cochabambino’s in Bolivia een neus hadden voor blonde, blanke meisjes.

Ik zat nog geen vijf minuten of de eerste hand werd al naar me uitgestoken: ‘Bailar?’ Ik verslikte me prompt in mijn slok cola, schoof mijn stoel spontaan drie meter naar achteren en rende het liefst regelrecht de betreffende toko uit. Dansen?! Met een jongen die ik niet ken, waar ik niks mee deel en niks mee ga delen? Dacht het niet. Heel preuts, ik weet het. Toch stond ik tegen het eind van de avond met zo’n Cochabambino op de dansvloer om wat basispasjes uit te proberen. Ondanks het feit dat ik me na het dansnummer met een haastige ‘gracias’ terug snelde naar mijn tafel, smaakten die danspasjes naar meer.

Hier sta ik dus tijdens mijn eerste les, tegenover een kleine, ietwat dikke Cochabambino. Mijn handen liggen in die van hem. ‘Base!’, roept de dansleraar en daar gaan we. Of het aan de zomermuziek ligt of aan de klungelige beginnersfouten, ik weet het niet. Ik weet wel dat naarmate de les vordert ik er plezier in begin te krijgen. Het maakt me niet meer uit welke Cochabambino ik tegenover me heb, welke zweethandjes de mijne vastpakken of bij wie ik nu weer op z’n tenen ga staan. Mijn misstappen zijn me overigens snel vergeven. Het zullen mijn blonde lokken wel zijn.

Ik ben dan misschien geen natuurtalent, de beginnende Zuid-Amerikaanse dansers die ik versleten heb over het algemeen ook niet (en ik maar denken dat hun ritmegevoel is aangeboren). Ach, uiteindelijk zijn we hier allemaal om te leren. Hoewel ik nog steeds het liefst zou dansen met de man van mijn dromen, de man waar ik iets mee deel en mee wil delen, besef ik me meer en meer dat alle aanrakingen hier eigenlijk helemaal niets voorstellen. Let’s dance!

Tweet about this on Twitter
Twitter
Pin on Pinterest
Pinterest
Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Facebook
Facebook

It's only fair to share...