Vlekkeloos ochtendritueel? Dacht het niet

Ik weet niet hoe het er ’s morgens bij jullie aan toe gaat? Bij mij verloopt het ochtendritueel in ieder geval alles behalve soepel. Iedere ochtend gaat er wel iets niet helemaal ‘je van het’. Of ik nu een pak melk uit m’n handen laat glippen of een havermout-ontbijt creëer dat eerder iets weg heeft van een bak cement dan van een gezonde start, het moge duidelijk zijn: Mijn ochtendritueel gaat niet van een leien dakje.

Gelukkig leer ik mezelf in de loop der jaren steeds beter kennen. Zo ben ik bijvoorbeeld gestopt met het haastig smeren van broodjes pindakaas voor lunch. Niet omdat iedereen tijdens de lunchpauze een verwijtende blik in mijn richting wierp zodra ik mijn boterhamzakje opentrok. Nee, omdat ik het ooit heb weten te presteren om vlak voor vertrek een klodder van het vette goedje in mijn net gewassen haar terug te vinden.

Ik bleef me die betreffende ochtend irriteren aan een pindakaaslucht rondom mijn hoofd. Je weet wel, het was als een mug die uit het niets opduikt als je net lekker wegdroomt. Na een korte inspectie zag ik de ‘klont’ zitten. Dat werd een extra wasbeurt, want: ‘Hallo?! Welke ziel wil er nu naast een pindakaas-meisje zitten?’, was hoe mijn ik-ben-te-laat-excuus luidde.

Uiteraard bestaan er ook ochtenden waarop het smeren van mijn brood vlekkeloos verloopt. Op die ochtenden knijp ik helaas net iets te hard in mijn tube tandpasta waardoor de witte sliert niet op mijn tandenborstel maar op de mouw van mijn zwarte blazer belandt. Een fractie van een seconde later strijk ik tijdens het tandenpoetsen met mijn andere hand klunzig een klodder zwarte mascara uit over mijn lichte wimpers. Waarom ik inschat dat ik deze twee tegenstrijdige handelingen wel tegelijkertijd kan uitvoeren, geen idee? Waarom ik op die momenten altijd moet niezen weet ik even goed niet. Ik weet wel dat ik met het eindresultaat zo door kan voor een rolletje in de film Scream.

Héél af en toe heb ik van die ochtenden dat ik er zelf van sta te kijken hoe subtiel ik mijn ochtendritueel afwerk. Gisterenochtend was er zo één. Ik zocht zelfs niet langer dan twee minuten naar mijn sleutels. Toch ben ik op de ochtenden van een perfect binnenshuis ochtendritueel huiverig voor wat me buiten nog te wachten staat. Vanmorgen toen ik de deur achter me dichttrok wierp ik dan ook meteen een blik naar links. Even checken of mijn fiets in z’n geheel nog aanwezig was en niet alleen het voorwiel of een doorgezaagd kettingslot. Gelukkig stond mijn roestbarrel er nog.

Zodra ik de hoek omreed ging het toch bijna mis. Ik kon nog net op tijd een slinger aan mijn stuur geven of ik was zonder pardon de laadbak van een lossende vrachtwagen ingereden. Door middel van een soepel bochtje glipte ik de smalle doorgang naast het voertuig in. Chapeau voor de eerste tactische handeling, (voor mijn lompe manier van doen is dat behoorlijk knap, al zeg ik het zelf). De tweede was daarentegen van minder tactische aard. Ik zag een tegenligger met behoorlijke vaart op me afkomen: Ontwijken, omkeren of doorfietsen? Geen van de drie  was nog een optie. Kortsluiting in mijn hersenpan en een flinke smak tegen de grond daarentegen wel.

Terwijl ik overeind krabbelde wist ik twee dingen zeker:

1. Ik kwam te laat

2. Ik had liever ontbeten met een bak cement.

Tweet about this on Twitter
Twitter
Pin on Pinterest
Pinterest
Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Facebook
Facebook

It's only fair to share...