Let’s explore!

La Paz was het beginpunt van mijn tweewekelijkse avontuurlijke reisje. Zondag 15 juni liet ik het zonnige Cochabamba achter me, om te vliegen naar de stad met het hoogstgelegen vliegveld ter wereld. Dit vliegveld was mijn eerste kennismaking met de stad La Paz.

Ik stapte het vliegtuig uit op zo’n 4000 meter. Een dikke sjaal en pilletjes tegen hoogteziekte had ik dus binnen handbereik. Gelukkig voelde ik me prima, waarschijnlijk was ik in Cochabamba al voldoende geacclimatiseerd. Nadat ik mijn bagage van de band had gesleurd liep ik richting de uitgang. ‘Ismae van Gils’, las ik op een bordje van een Paceno (zo wordt de bevolking in La Paz genoemd). Die man moest mijn transfer naar het hostel zijn.

La Paz

Onderweg praatte mijn transfermeneer honderd uit een. Hij vertelde me van alles over La Paz. Gewoonten, feesten, klimaat, aantal inwoners en hoogte. Althans dat denk ik, want onwijs grote aantallen passeerden de revue in het Spaans. Ook maakte de beste man een stop waar ik, achteraf gezien, de beste foto heb genomen van mijn tijd in La Paz.  Juist, een prachtig uitkijkpunt over de hele stad! De stad zelf ligt namelijk een stuk lager dan het vliegveld.

Het hostel waar ik verbleef was niet verkeerd. De ‘all-you-can-eat-free-pancake-ontbijtjes’ doen het bij mij altijd goed moet ik zeggen. Ik sliep op een achtpersoonskamer, maar deelde die slechts met één Duits meisje. De tweede nacht had ik de kamer zelfs voor mij alleen. Minder gunstig voor het sociale contact maar aangezien ik toch maar twee dagen in deze stad zou vertoeven vond ik het eigenlijk wel chill om de nacht door te brengen in zo’n dorm zonder snurkende, seksende of dronken mensen. Tja, in hostels kan het allemaal.

De eerste dag stond in het teken van La Paz zelf. Ik kreeg een privé-rondleiding door de stad. De gids en ik bezochten natuurlijk het toeristische gedeelte, maar ook de arme hogergelegen plaats ‘El Alto’ kwam aan bod. Tevens kent de stad een onlangs geopende kabelbaan, de hoogste ter wereld. Vanaf het hoog gelegen gedeelte ‘El Alto’ daalt de baan langzaam af naar het lager gelegen centrum van de stad. Andersom kan natuurlijk ook. Een ritje in deze nieuwe attractie kon uiteraard niet ontbreken.

‘Hopelijk heb je niet veel ontbeten?’, de gids keek me vragend aan. Ik had maar liefst vijf pannenkoeken achter de kiezen tijdens het free pancake breakfast en stond eerlijk gezegd op knappen. Ik keek hem lachend aan en zei: ‘Valt mee.’ Dat antwoord leek hem te bevallen. Algauw wist ik waarom. De kenner wilde mij een ‘Saltena’ laten proeven. Typisch  Boliviaans eten, dat iets wegheeft van een dichte taco. Het deeg is dikker en zachter. De vulling is hartig en bestaat normaliter uit vlees, groenten en een ietwat pittig sausje. Opgelucht had ik meteen maar even de ‘soy vegetariana’ zin erin geknald, maar vegetariër of niet: ‘Ik moest en zou een Saltena eten.’ Via een kleine omweg vervolgde hij onze tour. We stapten een restaurantje binnen, de enige waarvan de gids zeker wist dat ze er vegetarische Saltena’s verkochten. 1-0 voor hem.

Niet veel later slenterden we over de markt. Net als in Cochabamba kon ik ook hier de heksenafdeling aanschouwen, waar ik wederom tig dode baby-alpaca’s kon bekijken. Daarnaast kon de vleesafdeling niet ontbreken, al had de gids wel zijn twijfels. ‘Weet je zeker dat je dit als vegetariër wilt zien?’, ‘Ja.’ ‘Weet je het echt zeker?’, ‘Ja’. ‘Oké, we zijn er. Nog niet van gedachten veranderd?’, ‘Nee.’ Vragend bleef hij me aankijken. Alsof hij verwachtte dat ik ieder moment zou breken en hem in tranen zou smeken: ‘Nee, ik kan dit niet! Doe me dit niet aan. PLEASE!’ Daarentegen zei ik droogjes: ‘Vamos?’

Dus daar gingen we, richting vleesafdeling. Ik zag afgehakte koeienpoten, koeienballen, tongen, magen en ingewanden. Ik zag zelfs een koeienhoofd met de oogballen er nog in, ook een deel van het gebit was zichtbaar. Geen zorgen, mijn Saltena bleef netjes binnen. Sterker nog, ik vond het wel interessant en baalde er zelfs van dat men liever niet had dat daarbinnen foto’s werden gemaakt.

Naast bloederig vlees heb ik ook hele mooie kanten van La Paz gezien hoor. Bij El Alto heb ik op de groenten- en fruitafdeling mijn ogen uitgekeken. Zoveel soorten, waar te beginnen? Ik verbaasde me overigens vooral over de grootte van met name de pompoenen! Gi-gan-tisch! ( Ik kwam er, eenmaal terug in het hostel, achter dat ik eigenlijk bijna geen foto’s heb gemaakt tijdens deze tour. Nee, ook niet van de pompoenen.)

Achteraf bleek dat niet alleen ik mijn ogen had uitgekeken. De gids vroeg me: ‘Voelde je je ongemakkelijk?’ Ik keek hem niet-begrijpend aan: ‘Nee, hoezo?’ Hij begon te lachen en zei: ‘Er komen hier nauwelijks toeristen. Iedereen keek je na.’ Ik dacht dat blonde blanke meisjes ook hier inmiddels wel bekend waren, maar ik zat er wel vaker naast.

De fruitafdeling was tijdens deze tour misschien nog wel de leukste ervaring. Appels, kiwi’s en peren kennen we natuurlijk allemaal, maar hier zijn ook onwijs veel (voor mij) onbekende fruitsoorten te verkrijgen. Tijd dus om wat nieuws uit te proberen. Terwijl we met de microbus naar een ander gedeelte van de stad reisden kreeg ik les in het pellen van bepaalde vruchten. Ik ben slecht met namen, dus ook met vruchtnamen. Het had in ieder geval iets weg van een grote lychee en was heerlijk zoet.

Na zo’n vier uur sjokten we terug richting mijn hostel. Mijn benen voelden zwaar aan van het velen lopen en trillerig vanwege de hoogte, maar ik was meer dan tevreden want ik had een uitstekend beeld gekregen van de stad op hoogte: La Paz.

Tweet about this on Twitter
Twitter
Pin on Pinterest
Pinterest
Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Facebook
Facebook

It's only fair to share...

1 gedachte over “Let’s explore!

Reacties zijn gesloten.