Manana manana?

De eerste werkweek

Dag 1: Spectaculair. 40 graden koorts, darmproblemen en dus de hele dag op bed gelegen. Ach, hebben we dat ook maar meteen gehad.  Schijnt de normale gang van zaken te zijn voor toeristen in Bolivia.

Dag 2:  Idem

Dag 3: Vandaag vond ik dat ik er wel weer tegenaan kon. ’s Ochtends had ik mijn eerste Spaanse les bij Laurie. Zij woont echter aan de andere kant van de stad en omdat ik geen idee had welke Frutti in die richting ging was ik al gauw aangewezen op een taxi. Ik zal er maar eerlijk vooruit komen, ik heb eerst een uur met buikpijn thuis gezeten. Want hallo, aan een taxi-chauffeur vragen of hij weet waar ‘Casa Comunal in Pacata Baja (een wijk in Cochabamba)’ is betekent ten eerste me volledig afhankelijk opstellen en ten tweede de taxi-chauffeur maar al te duidelijk maken dat ik hier niet bekend ben. Dat was nu net het gevoel dat ik niet wilde creëren. In gedachten zag ik mezelf al in een opgesloten taxi van ‘de aardbodem verdwijnen’.

Enfin, de eerste stap was gezet. Ik stond langs de weg. Ik zag tig radio-taxi’s (dat zijn de ‘officiële’) aan me voorbij gaan maar er een aanhouden ho maar. Op een gegeven moment was ik er klaar mee, ik ben naar een iets rustigere straat gelopen. De straat waar ik eerst aanstond voelde als langs de A-27 staan. Tegen de tijd dat ik aan het logo op de zijkant van de auto had kunnen zien dat het een radio-taxi betrof, was de taxi al uit het zicht verdwenen. Aan de rustige straat heb ik minstens ook een kwartier gestaan. M’n les was officieel al ruim tien minuten bezig maar ach, manana manana kwam me nu heel goed uit. Laurie mocht al blij zijn als ik überhaupt aankwam.

Net op het moment dat ik wilde opgeven kwam er een radio-taxi de hoek om, hij reed langzaam en toeterde naar me. Ik zag mijn hand de lucht ingaan. (Ja zag, want het voelde niet als mijn eigen hand.) De chauffeur stopte. Ik stak m’n hoofd door het open raampje naar binnen en dacht: ‘Ismae, je voelsprieten!’ Laurie had me namelijk verteld dat ‘je eigen voelsprieten het belangrijkste zijn als het gaat om taxi’s’. De instructie was als volgt: steek je hoofd door het raam. Voelt het goed, spreek de prijs af en stap in. Voelt het niet goed bedank en blijf staan. Ja, het klinkt eenvoudig. Het is ook eenvoudig weet ik inmiddels maar op dat moment was ik ontzettend aan het worstelen met het moment suprême.

De betreffende chauffeur was ontzettend vriendelijk, was mijn worsteling dan echt voor niets geweest?  Hoewel hij niet precies wist waar ik moest zijn, zei hij: ‘Stap maar in, ik vraag het onderweg wel even. We komen er wel.’ Ja, dacht ik, natuurlijk komen we er wel. De vraag is, hebben we het dan over een toeristische route Cochabamba die me ineens het dubbele kost of gewoon de eerlijke gang van zaken? Al die mooie praatjes hier. Maar goed, als ik zo dwars en kritisch bleef kwam ik nergens. Mijn voelsprieten zeiden me overigens dat het kon en dus stapte ik in. Nog geen twintig minuten later werd ik keurig bij ‘Casa Comunal’ afgezet. Onderweg had de chauffeur inderdaad de weg gevraagd. Hij was zelfs iets te ver doorgereden. Ik wilde al uitstappen en dat stukje teruglopen, maar dat ging zomaar niet (positief!) hij maakte namelijk midden op de weg  een totaal illegale bocht (wat hier overigens heel normaal is) en reed terug. Hij vroeg bij het betalen ook niet ineens een paar Bolivianos meer voor het omrijden (daar zijn de niet officiële taxichauffeurs wel goed in, heb ik inmiddels ook gemerkt). Anyway, dit ritje viel me reuze mee. Ik had mijn taxi-angst overwonnen!

Eenmaal aangekomen bleek dat mijn Spaanse les niet doorging. Misverstandje, maar de taxi terug naar huis was in ieder geval zo gefixt. No problemo!

De middag stond in het teken van vrijwilligerswerk. Ik wist welke Frutti ik moest nemen, dus de taxi kon ik even laten voor wat ‘ie was. Ik zou vandaag beginnen bij Casa de los Ninos. Eenmaal aangekomen maakte ik kennis met David en Teresa. Twee schatjes. David is een jongentje van 9, hij kan niet praten en niet zelf lopen. Hij zit dan ook in een rolstoel (wat sowieso geen pretje is, maar in Bolivia met al die onverharde, hobbelige wegen al helemaal niet. Ik heb soms echt met deze jongen te doen). Teresa is een blind meisje van 4 jaar.

Dag 4: Ik werk bij Casa de los Ninos van 13.00 tot 18.00. In eerste instantie dacht ik dat het meer een soort van weeshuis zou zijn met gehandicapte kinderen, maar Casa de los Ninos is eigenlijk een kleine gemeenschap. Er wonen arme gezinnen en een paar gezinnen met aids. De kids van deze gezinnen gaan naar school. Het schooltje bevindt zich tevens op het complex. Dan is er nog het huis waar een paar weeskinderen, waaronder David en Teresa wonen. Deze kinderen zijn geadopteerd door een Italiaanse man en vrouw, ik geloof (maar durf dit niet met zekerheid te zeggen) dat zij ook de oprichters van Casa de los Ninos zijn.

Ik had me van te voren niet echt een voorstelling gemaakt van mijn werkzaamheden. Al gauw bleek dat ik vijf uur lang oppasten op David en Teresa. Ik hoefde eigenlijk niet echt met de lunch te helpen en ook niet met het avondeten. Ik kon met de kinderen naar buiten als ik wilde. Zo ging ik met Teresa wandelen, en zat ik daarna met David in de tuin liedjes te zingen en ritmes te klappen. Daar is hij namelijk dol op. Uiteraard wilde ik ook met David een rondje wandelen maar daar wilde meneer niks van weten en dus zaten we al gauw hele middagen op de speelmat in de keuken of op een kleed in het gras met wat speelgoed. Zo af en toe moest er een luier worden verschoond of mocht ik de kids een stuk fruit of een broodje geven.

Begrijp me niet verkeerd! Voor ik verder ga wil ik even zeggen dat ik enorm geniet als ik Teresa en David zie genieten. Ik doe dolgraag een spelletje met ze en ik ga maar al te graag met ze wandelen. Het is fijn om te zien dat ze er even uit kunnen en wat afleiding hebben, maar dagelijks vijf uur lang wandelen en liedjes klappen is echt heel lang. Ik had mezelf daarom voorgenomen om het nog twee dagen aan te kijken en anders te vragen of ik niet meer voor deze kids en de organisatie kon betekenen.

Dag 6: David lag de hele middag te slapen, en ik? Ik keek toe. Deze middag zat ik mezelf toch wel een beetje op te vreten. Was dit het dan? Kon ik echt niet meer doen? Ik had inmiddels al gevraagd of er nog iets anders was waarbij ik kon helpen maar dat was niet het geval. Ik mocht David over een uur wel wakker maken om hem z’n fruit te geven.  Over een uur ja, maar in de tussentijd dan? ‘Niks’, was het antwoord.

Ik kon dit niet. Stilzitten en niks doen. Oké, bij de centrale inschrijfbalie komen die uurtjes (zeker op een vrijdagmiddag of op afdeling Oost) ook geregeld voor. Het verschil tussen Nederland en Bolivia is dat er in Nederland altijd, maar dan ook altijd nog wel ander werk gedaan kan worden. In Bolivia is dat dus niet het geval, zo blijkt. Echter is toekijken hoe kids slapen niet het soort vrijwilligerswerk waarvoor ik naar Bolivia ben gekomen. Ik wilde meer uitdaging. Het is natuurlijk heel direct (ofwel Nederlands) om dat ook zo te zeggen, maar ik dacht: Het is of nog drie weken zo, of mogelijk een combinatie met meer en voldoening.  Ik koos voor optie twee en ben dus lekker direct geweest. Het resultaat?  Is snel te lezen in mijn volgende blog.

 

 

Tweet about this on Twitter
Twitter
Pin on Pinterest
Pinterest
Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Facebook
Facebook

It's only fair to share...