Scherven brengen geluk

Oh jongens, met het schaamrood op de kaken stond ik daar vanmiddag, voor tafel 115.

Ineens kieperde het om.  Ik kon het niet meer tegenhouden. Ik stond machteloos toe te kijken want ja als ‘ie gaat dan gaat ‘ie.

Ik heb het over een wijnglas vol met witte wijn.

Voor ik ook maar iets kon doen tuimelde de koude, witte vloeistof over de vrouw die heerlijk in ’t zonnetje zat om te genieten van het heugelijke feit dat het (eindelijk écht) zomer is in ons kikkerlandje.

Haar tevreden glimlach was  in een mum van tijd verdwenen want haar mond sprong open van schrik (een plens koude drank in je decolleté is vast niet heel prettig) en haar ontspannen houding verdween als sneeuw voor de zon in een verstijfde positie. Het leek een eeuwigheid te duren maar in feite waren het slechts enkele seconden waarnaar er wat gestamel als: “oh gut, och jee” klonk richting het meisje dat inmiddels een hoofd als een boei had. Ik dus.

Zelf was ik er uiteraard ook van geschrokken en ik kon tijdens die paar seconden niet meer uitbrengen dan  de woorden:

  • excuses
  • sorry
  • het spijt me
  • pardon
  • nogmaals excuses
  • het was niet mijn bedoeling (nee, natuurlijk was het niet mijn bedoeling!)

Alles wat ik kon bedenken om me te verontschuldigen gooide ik eruit. Het moet er erg wanhopig uit hebben gezien.

Terwijl mevrouw me naar binnen volgde voor een schone doek bleef meneer achter bij tafel 115, met een hoopje scherven voor zich en een plasje witte wijn dat van de tafel afdroop. (Het was misschien leuk voor jullie lezers om er een beeld bij te hebben maar  persoonlijk vond ik niet dat ik het kon maken, of ook maar de tijd had, om mijn camera te halen en een kodakmomentje vast te leggen.) Natuurlijk liet ik meneer niet lang in deze toestand achter. In een fractie van een seconde stond ik naast hem met een vegertje, om onder het mom van ‘scherven brengen geluk’ de restanten van het uit elkaar gespatte wijnglas bij elkaar te vegen.

Het duurde minstens nog een uur voordat ik door mensen rondom het accident ook weer normaal werd aangesproken. Weetje wel, als je dan bij een groepje wijn serveerde zaten ook zij al stijf in hun stoel (waarschijnlijk zou ik zelf net zo reageren maar toch) en kwamen er van die uitermate ‘grappige’ opmerkingen als: “laat je de wijntjes nu wel rechtop staan?”. “Laten staan? Nee, sorry doe ik niet aan. Ik gooi glazen altijd om. Het liefst zo hard mogelijk, zodat het glas in stukken uiteen spat, nou goed?!” Dit en andere gemene reacties kwamen enkel in mijn gedachten op. Ik heb ze nooit hardop uitgesproken. Nee, ik zette daarentegen mijn horecalach op en knikte liefjes ja en amen. Vervolgens wierp ik vluchtig een blik op de klok. Nog twee uurtjes. Zo’n dag kan voor je gevoel ook gewoon geen positieve wending meer krijgen. Hoewel het verder prima ging, het uit elkaar gespatte wijnglas en de wijnvlek op mevrouw haar borsten stonden om en om op mijn netvlies gebrand.

Eenmaal klaar met werk stapte ik opgelucht op m’n fiets. Ik slaakte en zucht en reed zo hard als ik kon richting station toen ik plotseling werd gebeld. “Ismae! Een brief van de universiteit! Je bent toegelaten tot de premaster!“

Het was mijn broertje met jawel, goed nieuws.

Misschien brengen scherven dan toch geluk.

Tweet about this on Twitter
Twitter
Pin on Pinterest
Pinterest
Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Facebook
Facebook

It's only fair to share...