Wie dot mij wat

Acht jaar lang had mijn zwarte omafiets me overal gebracht. Het ene dorp uit, de volgende studentenstad in, van colleges ’s morgensvroeg tot het uitgaansleven diep in de nacht en van bijbaantjes in Oost naar centraal station Zuid. Weer of geen weer, dat barrel en ik waren onafscheidelijk. In die acht jaar veranderde mijn trouwe tweewieler van spiksplinternieuw in een verroest barrel, waar zelfs een beurt van de fietsenmaker niet tegenop kon, en dus vond ik het tijd voor een waardige vervanger.

‘Exact dezelfde, niet met al die poespas’, waren mijn woorden toen ik met m’n vader de Halfords binnenliep. Een uurtje later verliet ik de winkel met een felrode hippe stadsfiets en een saldo dat neigde naar donkerrood. ‘Exact dezelfde’ was me dus niet helemaal gelukt. ‘Zonder poespas’ overigens ook niet. Ik had namelijk ook nog een toeter van een rieten mand voor op mijn fiets zitten. Had ja, want waar mijn zwarte eenvoudige omafiets acht jaar meeging, hield de rieten mand het slechts acht weken vol.

De achterliggende gedachtegang van die gigantische mand was natuurlijk de functionaliteit. Super handig voor boodschappen, toch?
Bijna ja. In die acht weken heb ik welgeteld één keer gebruik gemaakt van dat ding. Tegen de tijd dat ik de gespjes van die mand open had, kon ik namelijk al drie keer thuis zijn.

Tja, en in hoeverre had ik eigenlijk nagedacht over dat rode kleurtje? Lekker blits. Ideaal toch in een studentenstad waar je fiets om de haverklap foetsie is? Is het niet de buurtzwerver die ermee rond paradeert dan heeft de gemeente hem wel weggehaald tijdens het eventjes verkeerd stallen bij het station. In ieder geval zou ik deze rode bike dan herkennen zodat ik op z’n minst kan roepen: ‘HO, DAT IS MIJN FIETS, VERDOMME!’

En dan?! Ja… niks.

De fietsenmaker had het jatprobleem natuurlijk allang voorzien: ‘Een verzekering erbij doen?’ Ach ja why not vent, als student heb ik anders genoeg te makken. Oké, dat is natuurlijk de grootste onzin. Zo’n tweede studie hakt er in. Ik ben soms dan ook genoodzaakt om bepaalde personen lief aan te kijken en mocht het magere studentenloon het toelaten, die lieverds te trakteren op een cappuccino en een stuk appeltaart met slagroom bij dat leuke budgettentje daar op de hoek.

Helaas heeft mijn fiets me deze keer sneller in de steek gelaten dan verwacht en dus is het al tijd voor een beurt bij de fietsenmaker. Het is me nog steeds een raadsel hoe het komt dat die lompe mand het heeft begeven. Helaas bestaat mijn buffertje ‘kapotte spullen vervangen’ sinds twee maanden ook niet meer en dus vraag ik: ‘Cappuccino met een taartje, pap?’

Ooit komt het vast goed met mij en mijn financiële toestand. Tot die tijd fiets ik lekker door en heb ik niks te klagen. Net zoals Skik zingt:
‘wie döt mij wat, wie döt mij wat
,
wie döt mij wat vandage’ k

heb de banden vol met wind

nee ik heb ja niks te klagen’

Tweet about this on Twitter
Twitter
Pin on Pinterest
Pinterest
Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Facebook
Facebook

It's only fair to share...