Harde eisen

Ik zal nog even iets onthullen over onze zoektocht naar een nieuwe woning. Zo hadden we harde eisen en flexibele eisen. Zoals ik in mijn vorige blog schreef, hebben we eigenlijk maar weinig van onze eisen opzij gezet. Hoeven zetten. Wat een geluk. Maar eh, welke eisen hebben nu dan precies stand gehouden?

Natuurlijk hadden we van die wensen waarvan we eigenlijk al wisten dat ze niet heel reëel waren in het soort woning dat we zochten. Bijvoorbeeld een ligbad. Wel bleef ik erover fantaseren. Het doet me altijd weer denken aan vroeger. Toen ik nog bij mijn ouders woonde sloop ik, tot grote ergernis van de rest, regelmatig met een stapel tijdschriften, een goed leesboek en een kop thee de badkamer in. Deurtje op slot en lezen maar. Alleen op de wereld met mijn boek. En ligbad. En warm water. Heerlijk. In een badkamer waar ook de tandenborstels van de rest lagen.

Nou goed, dat ligbad was dus wel zo’n eis waarvan we in eerste instantie dachten: die gaat het niet redden. We zochten voornamelijk naar een niet bijster grote woning. De kans dat daarin ineens een riante badkamer met ligbad verstopt zat, was klein. Maar goed een kleine kans is nog altijd een kans, zo bleek. Want check: we hebben een ligbad. Een kleintje weliswaar, maar hee! Mij hoor je niet klagen.

Toch was dat ligbad niet doorslaggevend. Nee, er waren namelijk twee of eigenlijk drie eisen die wat ons betreft aanwezig moesten zijn. Onze harde eisen. Daarmee stond of viel ons besluit om een bod uit te brengen. Ten eerste onze gezamenlijke eis: het hebben van een buiten. Geen reusachtige tuin, maar wel gewoon een tuintje of dakterras. Omdat we het liefst iets in de stad wilden kopen, was dat al best veel gevraagd.

Met het willen hebben van een tuin ben je algauw gebonden aan de begane grond. Alhoewel we een dakterras ook prima hadden gevonden, was het vooral mijn harde eis die ervoor zorgde dat een appartement op de begane grond noodzakelijk werd. Zoals sommigen van jullie weten heb ik namelijk één ding tijdens al mijn voorgaande verhuizingen bij mijn ouders moeten laten staan. Ik had mezelf dus voorgenomen dat mocht ik ooit iets kopen, daar verandering in zou komen. 

Te lomp, te zwaar, verboden voor instrumenten. Iedere keer dat ik van studentenkamer naar studentenkamer verkaste was er wel iets dat maakte dat mijn piano niet mee kon. Tot grote ergernis van één van de achterblijvers, die dat maar al te duidelijk liet doorschemeren: ‘Kan die piano ook eindelijk een keer mee? Die staat hier maar te staan. Anders verkoop ik hem gewoon hoor.’ Het was één van de zeldzame momenten dat mijn moeder en ik met elkaar in de clinch lagen. 

Hoewel het mijn vader allemaal weinig uitmaakt waar de piano staat, wil ik hoe dan ook dat mijn piano deze kant opkomt. En dus zochten Ruud en ik naar een woonkamer waar sowieso een muurtje (lees: muur van minimaal 1,5 meter) vrij kon blijven. Ruud heeft helemaal in het begin nog geprobeerd of de piano niet kon wachten tot een eventueel volgend koophuis. Eén blik van mij in zijn richting was voldoende om dat idee definitief van tafel te vegen. Spot niet met mijn piano. 

Tot slot had Ruud zelf ook een harde eis. Zijn bureau. Niet gewoon even een bureautje dat nog wel ergens tussen past. Nee, zeg er gerust u tegen. Ik opperde nog of daar niet gewoon een iets subtieler bureautje voor in de plaats kon komen. Dat heb ik geweten ook. ‘Ik met mijn piano’ moest natuurlijk helemaal mijn mond houden. En dus zochten we gewoon naar een huis waar twee riante muurtjes vrij konden blijven.

Een huis met veel lichtinval op de begane grond, in de stad, met een tuintje, ruimte genoeg voor een piano, een monsterlijk groot bureau en een badkamer met ligbad. Het is gelukt hoor. Nu de hypotheek nog.

 

Check!

Tweet about this on Twitter
Twitter
Pin on Pinterest
Pinterest
Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Facebook
Facebook

It's only fair to share...