Heb je haast of zo?!

Met een flinke vaart kwam je dichterbij, ging je vol op de rem, vloekte je, ontweek je kundig op een haartje na mijn fiets en ging je er, na een vluchtige arrogante blik, vol gas vandoor. Ons allebei viel iets te verwijten in die bocht. Jij te hard. Ik niet bij de les. Het spijt me. Ben je oké? Is je fiets in orde? Ik wilde het aan je vragen.

Terwijl ik beduusd verder fietste, dacht ik na over wat er zojuist gebeurde. Ik baalde van mezelf, en eigenlijk ook van jou. Dat je vanuit frustratie of schrik vloekte kan dit ‘domme wijf’ nog wel begrijpen. Maar de haast die jij had en de onverschilligheid waarmee dat gepaard ging… dat niet. Ik mocht dan ‘niet uit mijn doppen kijken’, ik had op zijn minst een minuutje extra. Niet om mijn actie goed te praten, gewoon om naar je om te kijken, mijn excuses aan te bieden en zeker te weten of je oké was.

Dat je haastig doorfietste kan tal van argumenten hebben, van een simpele baalochtend waarop je te laat van huis vertrok naar je werk, tot een telefoontje dat je vrouw een ernstig ongeluk heeft gehad. Daarover wil en ga ik niet oordelen. Het is ook niet dat dit ene incident maakt dat ik deze blog nu schrijf. Het is een reeks van gebeurtenissen die bij mij een gevoel van onbehagen oproept.

Het is niet alleen een botsing waarbij ik fout ben en die ander doorfietst, het is ook een botsing waarbij de ander fout is en het niet de moeite vindt om te stoppen, het is het dringen in de rij voor de kassa, het is het klagen in een vol restaurant wanneer we naar onze mening niet snel genoeg worden geholpen, het is het protest wanneer de trein vertraging heeft, het is het misgenoegen als dit gebeurt wanneer er iemand voor is gesprongen, het is de woede die wordt geuit wanneer een afspraak uitloopt, het is de rare blik als een vreemde verdrietig is in het openbaar, het is het gebrek aan je verplaatsen in die ander.

Je hoeft heust niet alles van elkaar te weten, om toch een beetje naar elkaar om te kijken en begrip voor elkaar te tonen. Want lieve mensen, soms (en eigenlijk steeds vaker) vind ik het absurd om op te merken hoe weinig dat gebeurt. Hoe weinig we met elkaar bezig zijn en hoeveel met onszelf. Onszelf en de tijd. Hoe vaak zijn we wel niet druk en hoeveel moeten we in 24 uur wel niet van onszelf? Ik zeg niet dat ik hierin heilig ben. Want ook ik ken dat gevoel van zoveel mogelijk moeten in zo min mogelijk tijd. En ik denk dat het precies daar heel vaak mis gaat.

Om die reden ben ik afgelopen maanden meer op mijn omgeving gaan letten. Kan ik iets betekenen? Het antwoord is simpel: Ja dat kan. Een oude dame helpen met oversteken in plaats van zelf nog snel over hollen voordat het licht weer op rood springt of een moeder helpen haar kinderwagen uit de trein te tillen zonder je langs haar te wurmen en verder te stormen. Echt, het zijn maar kleine dingen.

Onze vluchtige samenleving lijkt die kleine dingen meer en meer te verdringen. Even helpen of naar elkaar luisteren, kunnen we dat nog? Ik weet eigenlijk wel zeker dat we het nog kunnen. We moeten het alleen vaker doen. Hoewel ik er vandaag niet helemaal in ben geslaagd, hoop ik oprecht dat mijn excuses jou alsnog bereikt. Al acht ik die kans zeer klein. Want terwijl ik zit te schrijven, scheur jij ongetwijfeld door de stad en houd je een race tegen de klok, die je toch nooit zult winnen.

Tweet about this on Twitter
Twitter
Pin on Pinterest
Pinterest
Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Facebook
Facebook

It's only fair to share...