Toen viel het kwartje…

Herinneringen, wat kunnen ze mooi zijn. Foto’s zijn natuurlijk het ultieme materiaal om terug te kijken in je verleden. Toch zijn foto’s soms niet in staat om een moment vast te leggen, zoals je geheugen dat wel kan. Zo bekeek ik vanmiddag nog eens mijn foto’s van vorige zomer door. Een rondreis met mijn broertje door de Verenigde Staten.  

Ik herinner me meteen een van die eerste nachten in onze tent (nadat ‘ie eindelijk fatsoenlijk staat). Ik ben die avond net lekker ingedut. Ik begon langzaam te wennen aan de hitte van overdag, de kou die ‘ s nachts de kop kon opsteken, mijn perfect-om-trekkingen-mee-te-maken ofwel ultradunne slaapmatje en aan de 6 tot 8 uur met mijn broertje op nog geen twee vierkante meter als ik buiten ineens een opmerkelijk gebrom hoor.

Ach, welnee ben je gek! Het rubberen slaapmatje kraakt gewoon. Ik draai me om en sluit mijn ogen. Nog geen minuut later hoor ik het weer. Oké, ik focus me toch even op het gebrom. Ik probeer in het geluid iets te herkennen dat lijkt op menselijk snurken. Ondertussen heel hard nadenkend wie van de groep er ook alweer in de dichtstbijzijnde tent lag.

Ik kom er niet uit. Het klinkt niet als menselijk gesnurk, en een verontrustender idee: het lijkt dichterbij te komen. Een geluid dat ik zou omschrijven als brommen. Ik wil er liever niet aan denken maar zou het…

Nee…

Nee toch?!

Of zou het misschien dan toch…

Is het misschien mogelijk dat er aan de andere kant van ons tentzeiltje…

heel dichtbij dus, nog geen twee meter verderop zeg maar een beer staat?

What the fuck! Ineens besef ik me dat dit heel goed mogelijk zou kunnen zijn.

Wat moet ik doen? Stil zijn en blijven liggen. Waarom zijn wij ook zo stom geweest om onze tent een beetje afgelegen van de rest op te zetten, om geluidsoverlast van onze groepsgenoten te beperken. Op dit moment had ik niets liever gewenst dan geluidsoverlast van groepsgenoten.

Oké, ik moet dit overleggen en dus besluit ik om mijn broertje wakker te maken. Dit was een helse klus want al leg je die jongen naast een landingsbaan dan is hij nog niet wakker te krijgen.  Na twintig minuten en veertig beuken verder wordt hij wakker.

Stuiterend van de adrenaline proberen we toch enigszins stil te liggen en te luisteren naar het geluid aan de andere kant van het tentdoek. Wat moet dat beest hier? Plotseling horen we tevens naast de tent plastic knisperen. Dit geluid was voldoende om mijn vraag te beantwoorden. We waren vergeten onze koekjes binnen te leggen. 

Mijn broertje en ik kijken elkaar met grote ogen aan. Paniek, paniek en rustig moeten blijven. Ik kan je vertellen: geen goede combinatie.  Ik focus me opnieuw op het geluid. Eigenlijk lijkt het wel op iemand die ligt te snurken. Weliswaar heel luid maar het zou gesnurk kunnen zijn.

Broer Eli is helaas niet overtuigd. ‘Nee Ismae! Luister dan! Het is echt abnormaal als een mens zulke geluiden maakt.’ Toch blijf ik nieuwsgierig, want wat nou als het wel gewoon de buurman is? Ik zou de tent voorzichtig open kunnen ritsen om te kijken…

Voordat ik ook maar bij de rits kan, word ik teruggetrokken op mijn matje en voor complete gek verklaard. ‘Wat als daar wel een beer staat idioot!’ Stil liggen, slapen en hopen dat hij verdwijnt.  Meer kunnen we niet doen. Voor hij weer in een diepe slaap valt snift hij nog: ‘Licht uitlaten en niet zeiken’.  Geen idee of hij dat laatste figuurlijk of letterlijk bedoelt.

Zijn opmerkingen doen me echter denken aan die scene uit de film Jurassic Park waarbij zo’n gigantische T-Rex de hele auto op zijn kop ramt omdat hij flipt door het licht van de zaklamp. In die film is het een auto, bij ons is het een tent. Die heeft tegen zo’n beer niet veel bij te zetten…

Ik denk dat ik nooit meer in slaap val, blijkbaar heb ik me vergist. ’S ochtends word ik wederom wakker door geluiden. Dit keer is het geluidsoverlast van de groep. Iedereen is al uit zijn tent gekropen. De kust is kennelijk veilig.

Ons staat maar één ding te doen, zo snel mogelijk die tent uit, die koekjes binnen leggen en doen alsof er niks is gebeurd. We hadden die avond van te voren nog zo een waarschuwing gehad van onze gids: ‘Geen zoetigheid buiten laten slingeren, dit kan beren aantrekken.’ Laat de Dutchies nou net de fout ingaan.

Enfin, iedereen leeft nog, geen kleerscheuren en geen tenten aan gort. Ik zucht opgelucht. Eli en ik besluiten voorzichtig aan te schuiven bij het ontbijt. De groepsgenoten voeren een discussie.  ‘But who is it?’, hoor ik één van de groepsgenoten de rest vragen. Nee toch. Eli en ik roeren stilletjes door onze yoghurt. In onze ooghoeken vinden onze blikken elkaar. Zouden ze de koekjes gezien hebben? Voorzichtig vraagt Eli  ‘What’s going on?’ waarop de groepsgenoot antwoordt: ‘Come on, don’t you know?’

stilte.

‘Don’t you?!’

Eli en ik weten niet wat te antwoorden. Wat moeten we hier in godsnaam ook op zeggen… ‘Ja, we weten het. Er stond een beer naast onze tent omdat onze koekjes nog buiten lagen en dus was iedereen in levensgevaar door ons.’ Natuurlijk zeggen we niets.

De groepsgenoot vervolgt zijn monoloog: ‘I went to the toilet around 05:00 and there was this old man who was snorring even louder than an angry bear! It was crazy!’ Opgelucht beginnen Eli en ik met de groep mee te lachen.

Het kwartje valt nog verder nu. Wij hebben onszelf afgelopen nacht de grootste onzin wijsgemaakt. De naakte waarheid is dat wij wakker hebben gelegen in verband met geluidsoverlast van een snurkende groepsgenoot in plaats van een boze koekjes etende beer.

Diezelfde avond nog ging onze tent een paar meter verder naar achteren.

Onze tent. Lekker slapjes opgezet ook.

Tweet about this on Twitter
Twitter
Pin on Pinterest
Pinterest
Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Facebook
Facebook

It's only fair to share...