Kun je er ook mee gooien?

Sinds kort woon ik in Nijmegen. O ja, ik had het nog niet verteld maar nadat ik mijn papiertje had behaald ging ik van student journalistiek naar fulltime serveerster om vervolgens weer terug te gaan naar het student zijn. Later daarover meer.

Ik doe nu een poging tot het met succes behalen van een premaster Communicatiewetenschap. Ik weet nog niet of het überhaupt gaat lukken. Momenteel heb ik het nog vrij rustig en toch loop ik al achter met het lezen van al die pullen (mede omdat mijn boeken de eerste week nog niet binnen waren. Hbo-praktijken?) De studieadviseur heeft al gewaarschuwd voor de derde periode. Februari – april, ik ben er oprecht bang voor. Dag en nacht met m’n neus in de boeken en dan nog tijd te kort hebben?

Al die studiestress kan natuurlijk niet gezond zijn en dus bedacht ik me: ‘laat ik me inschrijven bij een studentensportvereniging!’ Niet om naast het studeren nog meer te lijden, de aanleiding was eigenlijk meer het creëren van ontspanning. De volgende stap was het uitzoeken van een sport. Nou mensen, ik kan je vertellen dat is niet eenvoudig. Het universitair sportcentrum hier heeft zoveel te bieden en dan moet je net mij hebben. Ismae van Gils die niet kan kiezen. Uren heb ik naar het scherm zitten staren. De mogelijkheden zijn aanzienlijk: van atletiek tot yoga en van voetbal tot paaldansen. Je kunt zelfs een cursus Zwanger fit volgen. In ieder geval iets dat ik linea recta van mijn lijst kon schrappen. Boxen, judo en karate zag ik eerlijk gezegd ook niet zo zitten. Van angst ga ik dan de hele training op de grond liggen, kan ik ook niet op wrede manieren onderuit worden gehaald. Lekker puh. Verder ben ik heel sportief hoor en geef ik niet zo snel op.

Goed een paar stappen verder stond ik maandagavond op het trainingsveld. In eerste instantie wilde ik gaan voetballen. Dat lijkt me dus echt leuk. Al is mijn associatie met voetbal veel bier (met de nadruk op veel) en harde ballen in je buik krijgen. Toch wilde ik me er wel aan wagen. Helaas, het mocht niet baten, de damescompetitie zat al vol. Goeie grutten, had ik eindelijk een keus gemaakt. Plotseling ging er een lichtje branden. Ik moet een sport gaan doen die niet zo populair is.

Nu sta ik hier dus met een frisbee in mijn hand. Frisbee? Ja, je weet wel zo’n schijf waar je mee gooit. Mijn kat die een paar jaar geleden door de buurvrouw werd doodgereden (dat heeft ze nooit met zoveel woorden gezegd, maar ik weet dat het zo is gegaan) heette ook Frisbee. Anyway, toen ik frisbee in de lijst met sporten zag staan kreeg ik even een brok in m’n keel. Dit heeft zo moeten zijn, frisbee wordt mijn nieuwe sport.

Wie zich nu afvraagt waarom je je kat in godsnaam Frisbee noemt, het was niet mijn schuld. Ik was een klein meisje van zes. Tijdens een boswandeling vroeg mijn moeder om na te denken over een mooie naam voor onze nieuwe grijze haarbal. Ik geloof dat ik niet verder kwam dan Snuf, Kitty en Okki maar een Okki hadden we al. Mijn moeder daarentegen kwam met Frisbee. Ik vond het prachtig, dacht dat het een volwaardige kattennaam was. Al was die gedachte niet van lange duur. Nog geen week later vroeg een klasgenootje (nadat ik in de kring mijn verhaal had gedaan) lachend of ik er ook mee kon gooien. Ik werd laaiend, wilde dat joch aanvliegen midden in het klaslokaal. Half huilend vroeg ik waarom hij zo graag met een klein poesje zou willen gooien. De juffrouw legde uit wat ‘een frisbee’ was en de klas begon te lachen. Na mijn moeder tussen de middag de volle laag te hebben gegeven had ik al gauw besloten dat mijn kat geen Frisbee maar Frisbey zou heten.

Je sprak het dus nog steeds hetzelfde uit maar zodra mensen vroegen of ze ermee konden gooien (want die hoorde ik natuurlijk vaker) kon ik heel bijdehand antwoorden: Nee gekkie, je schrijft het niet als zo’n frisbee waar je mee gooit maar met een y op het eind. Vaak dachten mensen dat ik gewoon niet wist hoe je frisbee moest schrijven. Ach, het zou me een worst wezen. Ik wist toch zeker zelf wel hoe het zat. Frisbey en ik waren dikke mik, daar kwam niemand tussen.

Overigens gedroeg Frisbey zich wel naar haar eerste naam. Ze vloog het hele huis door, maakte prachtige zweefsprongen en kwam (net als een goede frisbeeworp) heel rustig en soepel neer. Ik daarentegen moet nog veel oefenen bleek tijdens de training. Mijn frisbeeworp had soms meer weg van een vliegtuig dat zich te pletter vloog of een ufo in turbulente weersomstandigheden.  Maar zoals ik eerder al schreef, ik geef niet snel op en dus zal ook mijn frisbee ooit in een mooi strak boogje door de lucht glijden. Zelfs met hevige turbulentie. Frisbey zal eerbiedig op me neerkijken. Amen.

Frisbey. Ze kijkt niet zo lief, over het algemeen was ze dat dus ook niet.

Tweet about this on Twitter
Twitter
Pin on Pinterest
Pinterest
Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Facebook
Facebook

It's only fair to share...