Mediteren? Ik denk alvast na over wat ik vanavond ga eten

Sinds ik in Nijmegen woon sport ik bij het Universitair Sportcentrum. Voornamelijk de ticketuurtjes vallen bij mij goed in de smaak. Een uurtje knallen tijdens spinning, een intensieve krachttraining in een lesje body pump of werken aan mijn conditie bij een ticketuur intensity workout. Sporten betekent voor mij zweetdruppels aan het puntje van mijn neus, een shirt dat aan mijn rug vastplakt en zwetende oksels waar geen enkele deoderant tegenop kan. Kortom, het gevoel hebben dat ik écht maar dan ook écht iets doe.

Ik begrijp dus nog steeds niet helemaal waarom ik me in godsnaam had ingeschreven voor een ticketuur mediteren. Daar zat ik dan, een uur lang met mijn ogen gesloten in kleermakerszit. Althans, ik deed een poging tot. Mediteren – een sport zal ik het niet noemen, een kunst daarentegen wel. Zo goed als ik ben in het trainen van mijn lichaam, zo slecht bleek ik te zijn in het trainen van mijn geest.

Het begon eigenlijk al bij de eerste oefening: ‘Adem diep in, houd vast, voel hoe de adem wordt verspreid in je lichaam en rondom je hart. Voel je het? Adem dan langzaam uit.’ Ik voelde niets en dus ademde ik niet uit. Ik moet zo ongeveer blauw hebben gezien toen ik besloot te doen alsof ook ik de adem rondom mijn hart had gevoeld.

Oefening twee verliep evenmin soepel: ‘Tel van vijftig af naar nul. Focus op het aftellen en zorg dat je door blijft tellen. Word je afgeleid? Begin dan weer bij vijftig.’

Nou, daar ging ik dan: vijftig, negenenveertig, achtenveerti…

Ik zit niet zo lekker meer. Valt het op als ik ga verzitten? Of kan ik ook gaan liggen?

Shit afgeleid. Nu al.

Vijftig, negenenveertig, achtenvee…

Ik moet echt niet vergeten die mail vanmiddag te versturen. zevenenveertig, zese….

Hé, ik hoor een telefoon trillen. Zesenveertig, vij….

Oh shit, dat is mijn telefoon! Nee, wat erg. Iedereen hoort dit.

Waarom heb ik mijn tas ook niet gewoon in een kluisje gedaan. Vijfenveertig, vie…

Zou de rest nu afgeleid worden door mijn telefoon?

Ja, natuurlijk wordt de rest afgeleid. Het is muisstil hier in de zaal. Vierenvee…

Wat een sukkel ben ik! Ach, aan de andere kant weet niemand dat het mijn telefoon is. Gewoon verder tellen Ismae.

Euh, waar was ik gebleven? 

Vijftig, negene…

Tot slot oefening drie: ‘Neem het woord GELUK. Zie de letters voor je, associeer, laat het woord tot je komen, laat het woord toe en maak het je eigen. Hoe voelt dat?’  Allereerst wil ik het hebben over het woord geluk. Ik zat die dag lichtelijk in een dip, niet in staat het woord geluk ook maar op één moment voor me te zien, laat staan het me eigen te maken. In mijn hoofd zag dat er zo uit:

G E L U L

Nee, geluk

G E L U… K

Wat is dat?

De leraar sprak ondertussen: ‘Heb je ooit wel eens geluk gevoeld? Is geluk nu dichtbij je? Voel je je gelukkig?’

In mijn hoofd: ooit, ja ongetwijfeld. Dichtbij? NEE. 

Ik denk aan de Cup-a-Soup reclame en herhaal in mijn hoofd het ‘NU EVEN NIET-principe’.

Leraar: Hoe voelt het?

In mijn hoofd: voelen? Moet ik hier iets bij voelen? Hoort dit vanzelf te gaan of moet ik hier over nadenken? Hoe zou dit bij de rest gaan? O nee, er is natuurlijk geen rest want het draait tenslotte om het me bewust zijn van mezelf.

Potverdikkie, zat ik tijdens dat meditatie-uurtje maar op een spinningfiets met zweetdruppels aan mijn neus, een zeiknat shirt tegen mijn rug en oksels die zo ontzettend zweten dat de Niagara Falls er niets bij zijn. Ongetwijfeld was ik me dan volledig bewust geweest van mezelf en mijn voorkomen op dat specifieke moment.

Tweet about this on Twitter
Twitter
Pin on Pinterest
Pinterest
Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Facebook
Facebook

It's only fair to share...